Na tien dagen China beginnen de eerste vakantiekrakjes hoorbaar te worden. Kees loopt rond met een hoestje dat klinkt alsof hij auditie doet voor een oude dieselmotor, voelt zich wat grieperig en kijkt alsof hij elk moment kan instorten. Bo krijgt keelpijn (altijd nét op reis natuurlijk) en de knie van Qin laat ons ook nog steeds weten dat hij bestaat.
En ik? Ik heb heimwee. Naar ons vorige hotel in Beijing. Niet vanwege de luxe of het ontbijt, maar vanwege… maar twee verdiepingen. Want hier slapen we op de vierde verdieping. Zonder lift. Even iets vergeten op de kamer? Dat is geen “ik ben zo terug”, dat is een cardio-work-out inclusief mentale voorbereiding. En laten we eerlijk zijn: de georganiseerde ik vergeet best vaak iets.
Om knie, keel, longen en algemene moraal wat rust te gunnen, plannen we een rustig dagje. Doel van de dag: een mooie shoppingmall. In Harbin en Jiamusi hadden we al Wanda Plaza’s gespot, dus we gaan er optimistisch van uit dat Beijing daar ook wel een paar van heeft. En anders… Google Translate. Daarmee kom je een heel eind. Meestal. Soms ook totaal niet.
Zo lazen we gisteren op een menukaart onder andere: “deurkozijn gestoofd”, “buikexplosie in Peking” en “gehaktbrood met deurspijkers”. We weten dat Chinezen álles eten, maar deze opties hebben we toch maar even laten liggen.
We vinden een shoppingmall, maar eerlijk is eerlijk: meh. Dus onder het genot van thee, koffie en chocomelk (ieder zijn eigen troostdrankje) zoeken we verder. Volgens Google: 400 meter verderop. Dat klinkt te doen. Onderweg nemen we meteen de iconische wolkenkrabbers van Beijing mee: het CCTV-gebouw (de grote onderbroek), de China Zun-toren (528 meter hoog, voor wie meet) en het China World Trade Center. Niet verkeerd voor een “rustig dagje”.
De volgende shoppingmall is… poepiechique. Louis Vuitton, Chanel, Burberry, Yves Saint Laurent – alles straalt: kijken, kijken... niet kopen!
Op de begane grond ligt een schaatsbaan. Bo wil wel, maar niet alleen. De rest wil helemaal niet. Dus kijken we vooral naar mensen die, met een kussentje op hun kont vastgebonden, onder begeleiding van een instructeur proberen rechtop te blijven. Pure kunst.
In een hoekje van de mall zien we een vijvertje met sprookjesachtige mist erboven. Bo wil een foto maken. Van dichtbij. Heel dichtbij. Té dichtbij. Resultaat: de punt van haar jas hangt volledig in de vijver. En ja, voor de duidelijkheid: daar zat echt nat water in.
Aan het einde van de middag nemen we de metro terug naar het hotel. In de wasruimte checken we of ons wasje van vanmorgen al klaar is – alles om die acht trappen te vermijden. Helaas: nog in de droger. Dan maar later, na het eten.
Het diner: hotpot! Een traditionele Chinese fondue waarbij mager rundvlees, kool en paddenstoelen (enoki en oesterzwam) verdwijnen in een pruttelende pot. Die pot ziet eruit als een metalen Mexicaanse hoed met een flinke vlam eronder. In de rand zit de bouillon: een pittige en een normale variant, netjes gescheiden door een dammetje.
De wangen kleuren rood – deels van het pittige eten, deels van de stress als je stukje vlees ineens spoorloos verdwenen is tussen je stokjes in de gloeiend hete soep.
Als afsluiter krijgen we een beker warme thee van dadels en rode gember. Een soort winterthee. Mierzoet. En precies wat je nodig hebt na een dag shoppen, verdwalen, traplopen en het ontwijken van deurspijkers op het menu
Reactie plaatsen
Reacties
Haha, weer eens wat anders dan poep met krentjes 😉 En qua weer hiero, zal het acclimatiseren de overgang wat makkelijker maken denk ik. 😘
Feest voor culinaire Kees!
hihi de georganiseerde Karin? en weer een paar keer extra op en neer ..
Dat eten daar lijkt me echt geweldig! Alles uitproberen, heerlijk!